Advocaat/partner
Gustav Mahlerplein 2
1082 MA Amsterdam
Nederland
Gsm-nummer: +31 20 795 31 53

Beschikbare
Bestandsformaten

Beschikbare
Bestandsformaten

Contractbeschrijving

€ 39,00  excl. BTW

Deze model-huurovereenkomst is bedoeld voor de verhuur van ruimte op een muur of een zuil ten behoeve van reclame in de ruimste zin van het woord en gaat uit van professionele partijen (geen natuurlijke personen). Deze modelovereenkomst gaat ervan uit dat het regime voor 230a-bedrijfsruimte van toepassing is op de huur.

Van de huur van 230a-ruimte is sprake indien de huur betrekking heeft op een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan en die zaak of dat gedeelte noch woonruimte, noch bedrijfsruimte in zin van artikel 7:290 BW (bijvoorbeeld winkels, cafés, restaurants en tankstations) is. (Bekijk ook de Huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW). De vraag of een zaak onroerend is, moet worden beantwoord aan de hand van artikel 3:3 lid 1 BW: “Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.” (Zie de toelichting onder 1 in het modelcontract)

De Hoge Raad heeft op 11 april 2014 (NJ 2014, 114) de maatstaf voor het begrip ‘gebouwde onroerende zaak’ en ‘gebouw’ gegeven. Een zaak kan in elk geval worden aangemerkt als een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW als zich op of onder de grond een gebouw bevindt, tenzij dat gebouw als onderdeel van het gehuurde van verwaarloosbare betekenis is. Onder ‘een gebouw’ dient te worden verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (vgl. art. 1, aanhef en onder c, Woningwet). Ook een zaak die niet (geheel) aan deze omschrijving voldoet kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak. Een enkele verharding of bewerking van de grond is echter in de regel niet toereikend om een zaak aan te merken als ‘gebouwd’ in de zin van art. 7:230a BW.

In geval van verhuur van ruimte op een muur is duidelijk sprake van verhuur van een gedeelte van een gebouwde onroerende zaak (al kan discussie ontstaan of dat leidt tot toepasselijkheid van art. 7:230a zie Rb. Amsterdam 17 maart 2015, WR 2015/150: de Rb was van oordeel dat de huur van een (onbepaald) gedeelte van een dak niet kwalificeerde als de huur van een gedeelte van een gebouwde onroerende zaak).

In geval van verhuur van ruimte op een zuil, zal niet altijd sprake zijn van de verhuur van een gedeelte van een gebouwde onroerende zaak. Een en ander is afhankelijk van de soort zuil. Indien er geen sprake is van een gebouwde onroerende zaak, en artikel 7:230a BW (derhalve) niet van toepassing is, is dit model overigens ook bruikbaar.

Het onderhavige modelcontract is uitgebreid. Het is goed denkbaar dat in geval van de verhuur van een beperkte ruimte tegen een gering bedrag, gekozen wordt voor een vereenvoudigde versie van dit model, waaruit diverse bepalingen verwijderd zijn.

Het contract waarop dit model is gebaseerd is zonder toelichting en alternatieve en vervangende bepalingen, te downloaden via de site van de ROZ (www.ROZ.nl).

Advocaat/partner
Gustav Mahlerplein 2
1082 MA Amsterdam
Nederland
Gsm-nummer: +31 20 795 31 53

Contactformulier

Wilt u een vraag stellen aan de redacteur? Neem dan contact op via het onderstaande contactformulier.