Advocaat/Partner
Amstelveenseweg 500
1081 KL Amsterdam
Nederland
Gsm-nummer: +31 20 5736 768

Beschikbare
Bestandsformaten

Beschikbare
Bestandsformaten

Contractbeschrijving

€ 29,00  excl. BTW

Om de belangen van zowel de aanbesteder als de potentiële aannemer in de onderhandelingsfase zo veel mogelijk te formaliseren kan gebruik gemaakt worden van een afstandsverklaring. Een afstandsverklaring behelst de verklaring van de aannemer en aanbesteder over de wijze waarop zij in onderhandeling zullen treden over de voorwaarden van een eventueel te sluiten aannemingsovereenkomst. Daarnaast bevat de afstandsverklaring de voorwaarden waaronder partijen de onderhandelingen kunnen (mogen) beëindigen.

Een aanbesteder zal voor de realisatie van het door hem gewenste werk doorgaans een aannemer willen aantrekken die bereid is het werk te realiseren tegen voor de aanbesteder zo gunstig mogelijke voorwaarden en omstandigheden. De selectie van een aannemer vindt vaak plaats in de vorm van een aanbestedingsprocedure waarbij de inschrijvers in een concurrentiepositie een aanbieding voor het werk doen.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de aanbesteder rechtstreeks met een potentiële aannemer in onderhandeling treedt over de voorwaarden van een uitvoeringscontract. Teneinde zijn wensen optimaal te kunnen realiseren zal de aanbesteder bij de selectie van de bij de bouw te betrekken partijen zoveel mogelijk de vrije hand willen hebben en zich niet bij voorbaat aan een van de partijen willen binden. Daar staat tegenover dat de potentiële bouwpartijen voorafgaand aan een eventuele opdracht de nodige inspanningen dienen te leveren en kosten dienen te maken om een prijsopgave voor het beoogde werk op te stellen, zonder dat deze uitzicht heeft op gunning van het werk. In zijn algemeenheid wordt het redelijk geacht dat een aannemer, in ruil voor zijn inspanningen, in ieder geval een redelijke kans wordt geboden om voor gunning van het werk in aanmerking te komen.

Extra informatie

In de jurisprudentie is verder uitgewerkt op welke wijze partijen zich in een precontractuele fase ten opzichte van elkaar dienen te gedragen. In een viertal arresten van de Hoge Raad is de verhouding tussen onderhandelende partijen nader uitgewerkt. Het betreft in de eerste plaats een arrest van de Hoge Raad 15 november 1957, NL 1958, 67 (Baris/Riesenkamp); Hoge Raad 18 juni 1982, NJ 1983, 723 (Plas/Valburg); Hoge Raad 23 oktober 1987, NJ 1988, 1017 (VSH/Shell), Hoge Raad 21 mei 1991, NJ 1991, 647 (Vogelaar/Skill) en Hoge Raad 12 augustus 2005, NJ 2005, 467 (CBB/JPO). In voornoemde arresten was – onder meer — de vraag aan de orde op welk moment een van de onderhandelende partijen de onderhandelingen nog zonder rechtsgevolgen mocht afbreken. Op grond van deze jurisprudentie kan de volgende hoofdregel worden opgemaakt: het afbreken van onderhandelingen staat niet meer vrij als dat op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van een overeenkomst, of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. Dit zou kunnen betekenen dat een aanbesteder gehouden kan worden om met de oorspronkelijke aannemer door te onderhandelen. In het meest verstrekkende geval zou de aanbesteder gehouden kunnen worden om de aannemer schadeloos te stellen indien deze er vanuit mocht gaan dat in ieder geval een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen.

Deze basisregel levert echter geen harde stelregel op en blijft steeds afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval. Om die reden verdient het vanuit de positie van de aanbesteder aanbeveling om wanneer deze één op één met een aannemer over de voorwaarden van een uitvoeringscontract onderhandelt, afspraken te maken over de voorwaarden van de onderhandelingen almede het afbreken daarvan. Dit model afstandsverklaring bevat enkele veel voorkomende bepalingen. Opgemerkt wordt dat de inhoud van de afstandsverklaring per project kan verschillen.

De vraag kan opgeworpen worden of de afstandsverklaring/afstandsovereenkomst niet achterhaald is. Het lijkt namelijk meer voor de hand te liggen om in de uitnodiging tot het doen van een prijsaanbieding op te nemen of wel of juist niet op exclusieve basis met de betreffende aannemer wordt onderhandeld. In de uitnodiging om een prijsaanbieding te doen kan worden opgenomen dat de aanbesteder niet verplicht is een overeenkomst aan te gaan en dat indien het niet tot een overeenkomst komt, partijen jegens elkaar tot niets verplicht zijn. Indien de aannemer niet met deze spelregels kan instemmen, staat hem uiteraard vrij om dan geen aanbieding te doen.

Advocaat/Partner
Amstelveenseweg 500
1081 KL Amsterdam
Nederland
Gsm-nummer: +31 20 5736 768

Contactformulier

Wilt u een vraag stellen aan de redacteur? Neem dan contact op via het onderstaande contactformulier.